Bronnen en rekenmethode

Onze getallen komen meestal uit een wet, regeling of officiële publicatie, en soms uit een publicatie van bijvoorbeeld een belastingadviseur. Is het nog geen wet of onze eigen schatting, dan staat dat erbij.

Laatst gecontroleerd op

Waar komen de getallen vandaan?

We controleren de regels bij de officiële bronnen; op elke pagina staat wanneer. Per onderwerp zie je hier de bron van elk getal en wanneer we het daar voor het laatst hebben nagekeken.

Overdrachtsbelasting en startersvrijstelling 11

Gebruikt in: Rekenhulp koopbudget, Rekenhulp kosten koper, Startersvrijstelling 2026 en 2027, Overdrachtsbelasting 2027, Overdrachtsbelasting tweede woning, Eigen geld bij een huis kopen

Nationale Hypotheek Garantie (NHG) 6

Gebruikt in: Rekenhulp koopbudget, Rekenhulp kosten koper, Eigen geld bij een huis kopen, NHG-grens 2027

Kosten koper: richtbedragen 8

Gebruikt in: Rekenhulp koopbudget, Rekenhulp kosten koper, Eigen geld bij een huis kopen

Maximale hypotheek en hypotheekrente 16

Gebruikt in: Rekenhulp koopbudget, Hoeveel huis kun je kopen met jouw inkomen?, Rekenhulp kosten koper, Rekenhulp studieschuld en hypotheek, Rekenhulp verhuurde woning in box 3, Eigen geld bij een huis kopen, Studieschuld aflossen voor je hypotheek, DUO-rente 2027 en je hypotheek, Energielabel en hypotheek 2027, Rekenhulp netto maandlasten

Studieschuld (DUO) 11

Gebruikt in: Rekenhulp koopbudget, Rekenhulp studieschuld en hypotheek, Studieschuld aflossen voor je hypotheek, DUO-rente 2027 en je hypotheek, Energielabel en hypotheek 2027

Inkomstenbelasting en aftrek 18

Gebruikt in: Rekenhulp kosten koper, Rekenhulp bijtelling, Eigen geld bij een huis kopen, Hypotheekrenteaftrek 2027, Bijtelling elektrische auto 2027, Bijtelling na 60 maanden, Rekenhulp familiehypotheek, Rekenhulp netto maandlasten

Bijtelling auto van de zaak 11

Gebruikt in: Rekenhulp bijtelling, Bijtelling elektrische auto 2027, Bijtelling na 60 maanden

Pseudo-eindheffing auto van de zaak 16

Gebruikt in: Rekenhulp pseudo-eindheffing, Pseudo-eindheffing: de overgangsregeling, Pseudo-eindheffing voor dga en zzp'er

Box 3 in 2026 en 2027 14

Gebruikt in: Rekenhulp verhuurde woning in box 3, Rekenhulp vermogensgrens toeslagen, Wat telt mee als vermogen voor toeslagen, Huurtoeslag en sparen voor een huis, Rekenhulp familiehypotheek, Familiehypotheek en box 3, Leegwaarderatio 2026, Verhuurde woning in box 3 vanaf 2029

Box 3 vanaf 2029 (wetsvoorstel) 4

Gebruikt in: Rekenhulp verhuurde woning in box 3, Rekenhulp vermogensgrens toeslagen, Rekenhulp familiehypotheek, Familiehypotheek en box 3, Verhuurde woning in box 3 vanaf 2029

Vermogensgrens toeslagen 24

Gebruikt in: Rekenhulp vermogensgrens toeslagen, Wat telt mee als vermogen voor toeslagen, Huurtoeslag en sparen voor een huis, Rekenhulp kinderopvangtoeslag

Kinderopvangtoeslag 2026 en 2027 13

Gebruikt in: Rekenhulp kinderopvangtoeslag, Kinderopvangtoeslag 2027: de tabel, Kinderopvang boven de maximum uurprijs

Familiehypotheek: lenen van je ouders 7

Gebruikt in: Rekenhulp familiehypotheek, Rekenhulp netto maandlasten, Familiehypotheek en box 3, Rente terugschenken bij een familiehypotheek

Bouwjaar: asbest, loden leidingen, isolatie, ISDE en fundering 17

Gebruikt in: Bouwjaarcheck, Asbest in huis per bouwjaar, Spouwmuurisolatie per bouwjaar

Hoe we rekenen

Overdrachtsbelasting

Bron: Wet op belastingen van rechtsverkeer, artikel 14 en artikel 15 lid 1 onderdeel p (tekst 2026, tekst 2027).

Regel20262027
Algemeen tarief (art. 14 lid 1)10,4%10,4%
Woning, geen hoofdverblijf (art. 14 lid 2)8%8% (voorstel Belastingplan 2027: 7%)
Woning als hoofdverblijf (art. 14 lid 3)2%2%
Startersvrijstelling: 18 t/m 34 jaar, eerste keer, hoofdverblijf, waarde woning niet boven (art. 15 lid 1 p)€ 555.000€ 615.000

Berekening per koper: aandeel × (koopprijs − roerende zaken) × tarief. Leeftijd en regels gelden op de datum van overdracht. De startersgrens geldt voor de waarde van de hele woning. Voor jaren na 2027 rekenen we met de regels van 2027 en tonen we dat erbij.

Kosten koper en teruggave
  • NHG: borgtochtprovisie 0,4% van de lening, NHG-grens € 470.000 in 2026 (NHG Voorwaarden & Normen) en € 500.000 vanaf 1 januari 2027 (NHG, 13 oktober 2026). We nemen de grens van het jaar van overdracht.
  • Aftrekbaar: advies en bemiddeling voor de hypotheek, taxatie, notaris voor de hypotheekakte, NHG. Niet aftrekbaar: overdrachtsbelasting, makelaar, notaris voor de levering, keuring voor de aankoop (Belastingdienst).
  • Teruggave: 35,75% tot een inkomen van € 38.883, daarboven maximaal 37,56% (2026; box 1, tariefsaanpassing).
  • Notaris, taxatie, advies, keuring en bankgarantie zijn richtbedragen (schattingen) die je zelf aanpast. Bankgarantie: 1% van een garantie van 10% van de koopprijs.
Maximale hypotheek en studieschuld

Bron: Tijdelijke regeling hypothecair krediet, versie 2026 (wetten.overheid.nl) en, vanaf 1 januari 2027, de Wijzigingsregeling hypothecair krediet 2027 (Staatscourant 2026, 38415). We rekenen met de leennormen van het jaar waarin je de hypotheek aanvraagt. Voor de situatie vanaf 1 januari 2027 zijn dat de leennormen van 2027, gepubliceerd op 2 november 2026. Het losse effect van de DUO-rente rekenen we met die van 2026.

  • Toegestane last per maand = toetsinkomen × financieringslastpercentage uit bijlage 1, tabel 1 ÷ 12 (art. 3 lid 5–6). Twee kopers: het percentage van het gezamenlijke inkomen.
  • Toetsrente: de aangeboden rente bij 10 jaar vast of langer; anders minstens 5% (art. 3 lid 9–10).
  • Vul je geen hypotheekrente in, dan nemen we de gemiddelde rente op nieuwe hypotheken bij banken met een rentevaste periode van 5 tot en met 10 jaar: 3,87% in september 2026 (DNB, reeks bij de ECB). Dat is een gemiddelde van afgesloten hypotheken; de rente die banken adverteren kan anders zijn.
  • Studieschuld: het DUO-maandbedrag × opslag van 1,05 tot 1,40 naar toetsrente, gaat af van de toegestane last (art. 3a). Betaal je (nog) niets of een verlaagd bedrag, dan rekenen we het maandbedrag uit je restschuld, rente en resterende looptijd (art. 3a lid 3).
  • Maximale hypotheek = resterende last × annuïteitenfactor over 30 jaar bij de toetsrente (art. 3 lid 2 en 4).
  • Alleenstaand met een toetsinkomen boven € 30.000: € 17.000 extra leenruimte in 2026. Vanaf 2027: boven € 31.000, € 18.000 extra (art. 3 lid 8). Banken mogen dit toepassen, maar het hoeft niet.
  • We gaan uit van kopers onder de AOW-leeftijd en aftrekbare hypotheekrente, met alleen studieschulden bij DUO. Klopt dat niet, dan geeft de rekenhulp geen bedrag maar een melding.
  • Energielabel van de woning: € 0 tot € 40.000 extra leenruimte, ook in 2027 (art. 4 lid 3). Banken mogen dit toepassen, maar het hoeft niet. Extra leenruimte voor verduurzaming (art. 4 lid 4 en 5) rekenen we niet mee.
ToetsrenteOpslag studieschuld
t/m 2,000%1,05
2,001–2,500%1,10
2,501–3,000%1,15
3,001–4,000%1,20
4,001–4,500%1,25
4,501–5,500%1,30
5,501–6,000%1,35
vanaf 6,001%1,40

DUO

  • Rente terugbetalers: 2026 SF35 2,33%, SF15 2,29%; 2027 SF35 2,70%, SF15 3,28%, vijf jaar vast. Alle jaren: DUO, rente voor terugbetalers.
  • Terugbetaalregels uit je studiejaren (DUO, terugbetalingsregels): SF35 (35 jaar) als je in studiejaar 2015–2016 of later begon aan hbo of universiteit, als je voor het eerst studiefinanciering kreeg in 2023–2024 of later, of als je mbo-studiefinanciering zonder onderbreking doorliep over 1 augustus 2023 (dat vragen we je). Anders 15 jaar (SF15 of SF15-oud).
  • Je aanloopfase begint op 1 januari na je laatste jaar studiefinanciering en duurt 2 jaar. Daarna los je af. Je rente staat vanaf de start van de aanloopfase telkens 5 jaar vast; we nemen de rente van het jaar waarin je huidige periode begon. Aflosvrije maanden die je al gebruikte, schuiven het einde op; de rentevaste periodes schuiven niet mee.
  • Maandbedrag = annuïteit over de resterende looptijd, met de rente per maand zoals DUO die rekent: (rentepercentage/100 + 1)1/12 − 1 (DUO, zelf rente uitrekenen). Betaling aan het eind van elke maand, zoals de rekenhulp van DUO ook rekent. Tijdelijk minder of niets betalen (aflosvrije periode, draagkracht) telt niet: dan rekenen we met dit maandbedrag.
  • Minimum tijdens het aflossen: bij 15 jaar terugbetalen € 45,41 per maand (€ 545 per jaar, rekenhulp van DUO), bij 35 jaar € 5 per maand (€ 60 per jaar, Wet studiefinanciering 2000, art. 6.9 lid 3). Met dat minimum ben je eerder klaar. Zit je nog in je studie of aanloopfase, dan rekenen we zonder minimum (Tijdelijke regeling hypothecair krediet, art. 3a lid 3).
  • Na extra aflossen daalt het maandbedrag naar verhouding, als DUO het opnieuw berekent en de looptijd gelijk blijft (aanname). Betaal je al het minimum, dan daalt het niet; je bent alleen eerder klaar.
Bijtelling auto van de zaak
  • Basistarief 22%, of 25% voor een auto met een eerste toelating voor 2017. Elektrische auto's krijgen korting tot een grens: 2021 12% tot € 40.000, 2022 16% tot € 35.000, 2023–2024 16% tot € 30.000, 2025 17%, 2026 18%, 2027 20% (tot € 30.000), vanaf 2028 geen korting. Waterstof en zonnecel: korting over de hele waarde (Belastingdienst, SRA).
  • Het tarief van het jaar van eerste toelating (ook in het buitenland) staat 60 maanden vast, vanaf de 1e van de maand erna. Daarna geldt elk jaar het tarief van dat jaar, per maand gesplitst (Belastingdienst 2026).
  • Youngtimer: 35% van de dagwaarde boven 16 jaar (2026; wie eind 2025 al ouder dan 15 was, houdt het). Voorstel: 17 jaar in 2027, 20 jaar vanaf 2028 (Belastingplan 2027).
  • Cataloguswaarde, datum eerste toelating en brandstof: de open data van het kentekenregister, per kenteken opgevraagd.
  • Netto = belasting over salaris plus bijtelling, min belasting over alleen salaris, met de schijven, de algemene heffingskorting en de arbeidskorting. 2026: box 1, arbeidskorting. 2027: Belastingplan 2027, nog niet aangenomen (Deloitte, tweede nota van wijziging); de opbouw van de arbeidskorting 2027 is onze schatting.
Box 3 en een verhuurde woning
  • 2026: heffingsvrij vermogen € 59.357 per persoon, rendement spaargeld 1,28% (voorlopig), overige bezittingen 6,00%, schulden 2,70% (voorlopig) boven € 3.800 per persoon, tarief 36% (Belastingdienst).
  • 2027 volgens de huidige wet: tarief 36% (Wet IB 2001, art. 2.13). Heffingsvrij vermogen € 60.280: onze schatting, het bedrag van 2026 maal de indexatie uit het Belastingplan 2027 (derde nota van wijziging). Overige bezittingen 6,37%: nog niet officieel gepubliceerd (Rendement.nl). Spaar- en schuldrendement 2027: we nemen die van 2026.
  • Leegwaarderatio: art. 17a Uitvoeringsbesluit IB 2001. Alleen voor een woning die op 1 januari verhuurd is met huurbescherming; sinds 2023 niet bij tijdelijke verhuur of bij verhuur aan familie of je eigen bv op afspraken die je niet met een vreemde zou maken (Belastingdienst). Een woning die op 1 januari leeg stond, telt volgens onze lezing voor de volle WOZ-waarde.
  • Vanaf 2029 (voorstel): Wet werkelijk rendement box 3 (36 748), aangenomen door de Tweede Kamer, nog niet door de Eerste Kamer (dossier), met de aanpassing 37 053 die bij de Tweede Kamer ligt. Het kabinet stelt 2029 voor als start, tenzij 2028 toch kan (Kamerbrief van 3 november 2026). We rekenen 36% over huur min kosten en rente, met € 1.800 heffingsvrij resultaat per persoon (art. 5.40; per persoon is onze lezing). Je spaargeld en beleggingen gebruiken dat eerst. Hun rendement schatten we met de percentages van 2026. Kosten: standaard 1% van de WOZ per jaar, onze schatting. Verhuur je de woning niet, dan rekent het voorstel met 3,35% van de waarde (art. 5.19); dat rekenen we niet uit.
  • Werkelijk rendement opgeven (tegenbewijs): dat kan in je aangifte; we rekenen het niet uit (Belastingdienst).

Wat we niet doen

We geven geen advies en bewaren niets: alle berekeningen gebeuren in je browser. Een notaris, adviseur of de Belastingdienst bepaalt wat voor jou geldt.