Status: wetsvoorstel Wet werkelijk rendement box 3 (36 748). De Tweede Kamer nam het aan op 12 februari 2026. De aanpassing (novelle, Kamerstuk 37 053) ligt sinds 3 november 2026 bij de Tweede Kamer. Het kabinet stelt nu 1 januari 2029 voor als start, en kijkt de komende weken nog of 2028 toch kan. De Tweede Kamer stemt er volgens de planning op 12 november 2026 over. Volgens het kabinet moet de Eerste Kamer er uiterlijk op 31 december 2026 mee instemmen.
Wat verandert er?
| Tot en met 2028 | Vanaf 2029 (voorstel) | |
|---|---|---|
| Waarover | Een vast rendement over de waarde | Huur min kosten en rente, elk jaar |
| Waardestijging | Zit in het vaste rendement | Belast bij verkoop |
| Hypotheek | Schuld, met een drempel | Rente telt als negatief rendement |
| Vrijstelling | Heffingsvrij vermogen | Heffingsvrij resultaat van € 1.800 |
Het wetsvoorstel noemt een heffingsvrij resultaat van € 1.800, maar niet of dat per persoon is. Wij rekenen per persoon. Een verlies mag je volgens het voorstel verrekenen met latere jaren. Verhuur je de woning niet, dan rekent het voorstel met 3,35% van de waarde van de woning.
Waarom de start telt
Volgens het wetsvoorstel wordt de winst bij verkoop berekend vanaf de waarde aan het begin van het eerste jaar: de WOZ-waarde, en bij verhuur met huurbescherming een percentage daarvan. Dat percentage moet nog worden vastgesteld. Wij gaan uit van de tabel van nu, de leegwaarderatio. Verhuur je op die dag, dan is je beginwaarde lager dan de WOZ-waarde. Verkoop je later zonder huurder voor de volle waarde, dan betaal je 36% over dat verschil.
Een voorbeeld, met de tabel van nu: een woning met een WOZ-waarde van € 400.000, verhuurd voor € 800 per maand. De jaarhuur is 2,4% van de WOZ, dus het percentage is 84%. Het verschil met de volle waarde is € 64.000. Dat kost bij verkoop € 23.040 extra, ook als de woning niets in waarde stijgt. Ook als je aan je huurder verkoopt, telt de winst vanaf die beginwaarde.
De Tweede Kamer nam op 10 februari 2026 een motie van Grinwis en Vermeer aan, die de regering vraagt dit nadeel te onderzoeken. Het kan dus nog veranderen.
Waar staat het wetsvoorstel nu?
- 12 februari 2026: de Tweede Kamer neemt de Wet werkelijk rendement box 3 aan.
- Eerste Kamer: de stemming wacht op de aanpassing (dossier 36 748).
- 3 november 2026: de aanpassing (novelle, Kamerstuk 37 053) ligt bij de Tweede Kamer. Het kabinet schrapt daarmee een lager heffingsvrij resultaat en de box 3-plannen voor 2027, en stelt 2029 voor als start.
- 12 november 2026: de geplande stemming in de Tweede Kamer. Daarna de Eerste Kamer.
- De start is nog niet zeker. Het kabinet kijkt de komende weken of 2028 toch kan. De Raad van State had bezwaren tegen de novelle en adviseerde die alleen aangepast in te dienen, of anders voor al het vermogen in box 3 pas in 2030 te beginnen.
Rekenhulp
Reken het uit voor jouw woning
Je ziet je box 3 voor 2026, de huidige wet voor 2027 en een schatting vanaf 2029.
Bereken je box 3 →Lees ook
Bronnen
- Eerste Kamer: Wet werkelijk rendement box 3 (36 748) (de stand van zaken)
- Kamerbrief van 3 november 2026 (2029 als start, tenzij 2028 toch kan; wat het kabinet schrapt), de novelle (37 053 nr. 2), de memorie van toelichting (nr. 3) en het advies van de Raad van State (nr. 4)
- Wet werkelijk rendement box 3, zoals de Tweede Kamer die aannam (36 748, A) (art. 5.40 het heffingsvrije resultaat, art. 5.15 en 5.19 een woning die je niet verhuurt, art. 10a.31 en 9.4ter de beginwaarde)
- Rijksoverheid, 19 mei 2025 (huur min kosten elk jaar, waardestijging bij verkoop, verliezen verrekenen)
Getallen laatst gecontroleerd op .