Box 1 of box 3?
Allebei. Gebruik je de lening voor je eigen huis en los je die binnen 30 jaar af, dan is het voor jou een eigenwoningschuld in box 1. Je trekt de rente af. Voor je ouders is de lening een vordering: een bezitting in box 3. De rente die ze van je krijgen, telt daar niet apart mee.
Hoe telt de lening in box 3?
- Als andere bezitting: 6,00% rendement in 2026. Een lening aan een kind van 18 jaar of ouder telt als 'overige vordering'. Box 3 rekent dan met 6,00% rendement, ook als je veel minder of meer rente betaalt. Voor de rente die jullie afspreken, mag je geen rekening houden met het box 3-percentage, zegt de Belastingdienst.
- Spaargeld: 1,28% rendement. Lenen je ouders je hun spaargeld, dan kunnen ze meer box 3-belasting betalen dan toen het geld op de bank stond.
- Kwam het geld uit beleggingen? Daarvoor rekent box 3 ook met 6,00%. Dan verandert hun box 3 nauwelijks.
- Alleen 1 januari telt. Leen je in maart 2026, dan stond er op 1 januari 2026 nog geen lening. Je ouders betalen er dan pas vanaf 2027 box 3 over, over wat je op 1 januari 2027 nog schuldig bent.
- Het heffingsvrij vermogen is € 59.357 per persoon in 2026. Blijft het vermogen van je ouders daaronder, dan betalen ze geen box 3-belasting.
Drie voorbeelden
De rente in deze voorbeelden is alleen een rekenvoorbeeld.
- Een lening van € 200.000 sinds januari 2025, 3,5% rente. Op 1 januari 2026 is de schuld € 196.162. Je ouders zijn fiscale partners en hebben verder € 300.000. Ze krijgen in 2026 € 6.802 rente. Omdat het geld is uitgeleend en niet gespaard, betalen ze € 2.536 meer box 3-belasting.
- Een lening van € 150.000 vanaf maart 2026, van één ouder met verder € 100.000. Over 2026 is er geen box 3 over de lening. In 2027 betalen ze € 2.050 meer, een schatting.
- Een lening van € 60.000. Je ouders zijn fiscale partners en hebben verder € 50.000. Samen blijven ze in 2026, en naar verwachting ook in 2027, onder het heffingsvrij vermogen: geen extra box 3.
2027
Volgens de wet van nu rekent box 3 in 2027 voor een andere bezitting naar verwachting met 6,37%. Dat percentage is een schatting: de Belastingdienst maakt het pas bekend rond de jaarwisseling.
Vanaf 2029: nog niet besloten
Het kabinet wil box 3 heffen over het werkelijke rendement. Het stelt nu 1 januari 2029 voor als start, en kijkt de komende weken nog of 2028 toch kan. Tot die start blijft box 3 werken zoals nu. De Tweede Kamer nam het wetsvoorstel aan op 12 februari 2026 en stemt volgens de planning op 12 november 2026 over een aanpassing (novelle). Volgens het kabinet moet de Eerste Kamer er uiterlijk op 31 december 2026 mee instemmen. Gaat het door, dan betalen je ouders 36% belasting over de rente die ze echt van je krijgen, in plaats van over een vast percentage van de lening.
Bij de eerste lening hierboven is dat in 2029 € 1.444 meer dan als het geld op de spaarrekening stond. Dat is een schatting: we rekenen voor dat spaargeld met 1,28% rente.
Lager echt rendement?
Is het echte rendement van je ouders over al hun vermogen lager dan wat box 3 rekent, dan mogen ze dat lagere rendement opgeven. Dat heet tegenbewijs. De rente op de lening is een deel van dat echte rendement.
Rekenhulp
Wat kost jullie lening, voor jou en je ouders?
Je maandlast na renteaftrek, en wat de lening je ouders in box 3 kost in 2026 en 2027.
Bereken je familiehypotheek →Lees ook
Bronnen
- Belastingdienst: berekening box 3-inkomen 2026 (overige vorderingen tegen 6,00%, behalve tussen ouders en minderjarige kinderen)
- Kamerbrief van 3 november 2026 (2029 als start, tenzij 2028 toch kan) en de memorie van toelichting bij de novelle (37 053 nr. 3)
- Eerste Kamer: wetsvoorstel werkelijk rendement box 3 (36 748)
- Belastingdienst: voorbeelden van rentepercentages voor familieleningen (pdf; het box 3-percentage telt niet voor de rente die je afspreekt)
- Belastingdienst: wat is mijn werkelijk rendement? (tegenbewijs)
- Alle bronnen en hoe we rekenen
Getallen laatst gecontroleerd op .